alexis van dam

communicatie | mindmapping | socialemedia

Browsing Posts tagged communicatie

In het eerste deel van het verslag van de Future of Web groep meetup heb ik de twee verhalen van de internationale sprekers beschreven. Ellen Petry Leanse (@chep2m op Twitter) Hoofd van Enterprise Marketing Communications, bij Google US en Adam Wallace (@adwal op Twitter) van het Roger Smith Hotel in New York.
In het tweede deel van het verslag beschrijf ik een korte weergave van de discussie over de ROI van socialemdia

ROI van socialemedia

De open discussie, volgend na de twee presentaties, brachten een aantal interessante inzichten en adviezen.

Twitter

Hoe kun je socialemedia in een organisatie invoeren? Er werden drie voorbeelden aangehaald waar Twitter werd gebruikt. Allereerst waarom is Twitter zo populair?

Aldus de sprekers reduceert Twitter frictie in communicatie, dat is iets waar mensen van houden, opheffen van die frictie. Het is ook laagdrempelig en iedereen kan het in principe leren en gebruiken. Het is ook altijd bij de hand, op laptop, mobiel etc.

De eerste was JetBlue, een airliner uit USA, gebruikt Twitter om te converseren met haar klanten en loyaliteit te kweken. Dell gebruikt Twitter om aanbiedingen van haar producten aan te kondigen. Op deze wijze creëren ze een vaste groep van volgers. Zappos, een fashionmerk uit de USA, gebuikt Twitter om een persoonlijk merk te zijn en om via dit kanaal mensen te beïnvloeden.

Sociaalkapitaal

In mijn optiek was een van de belangrijkste elementen de “opportunity cost of not using social networks”. Iedereen weet af van het bestaan van socialenetwerken, maar lang niet alle organisaties maken gebruik van deze netwerken. Tot voor kort kon je daar mee weg komen maar zo langzamer hand kun je wel afvragen wat het organisaties kost om niet gebruik te maken van socialenetwerken. Op socialenetwerken zit voor een belangrijk deel sociaal kapitaal, ook wel whuffie genoemd. Er zijn 3 belangrijke kernwoorden voor sociaal kapitaal:

authenticiteit
relevantie
vertrouwen

Onderstaande video legt in het kort uit Whuffie is:

Het is belangrijk om loyaliteit van mensen te winnen door socialemedia te gebruiken. Daarbij kun je je afvragen wat de kosten zijn om te gaan ‘praten’ met potentiële klanten? Echter loyaliteit valt lastig in klinkende munt uit te rekenen. Wat zijn de opbrengsten als een bekend persoon aan duizenden vervolgens twittert dat hij/zij een fantastische ervaring heeft gehad? Organisaties moeten beginnen om te gaan luisteren naar wat mensen over hun organisaties op het internet zeggen. Vervolgens kunnen zij gaan deelnemen.

Meten is weten…

Er zijn natuurlijk diverse tools om te monitoren wat sociale media te weeg brengt, te denken valt aan Google Analytics, buzz tracking, promotiecodes. Echter niet alles is meetbaar. Omdat socialemedia erg menselijk is, zou de beste meetmethode menselijk moeten zijn. Het boek Web Analytics 2.0 door Avinash Kaushik, geeft een interessante doorkijk naar de toekomst van meetbaarheid.

Wat is de waarde van een retweet? Dit hangt natuurlijk af van de kwaliteit van de followers. Heeft een tweet een hoge kwaliteit dan is men eerder geneigd deze door te tweeten. Het kost echter niets extra’s. Belangrijk is om waardevolle informatie te delen!

Social Media: “Everyday there is a new opportunity”

Stappenplan voor de invoering van sociale media

  • Welk budget is beschikbaar?
  • Welke doelen wil je wanneer bereiken?
  • Wat zijn de opportunity costs?
  • Begin met het opzetten van een profiel
  • Maak een verhaal
  • Als je nu begint sta je binnen een kwartaal hoger in de rankings op Google
  • Pas de strategie gedurende de looptijd aan de actualiteit aan

De gehele bijeenkomst is vastgelegd met Ustream, zie hieronder:

In mijn ogen een interessante meetup met twee interessante internationale sprekers. Wat vinden jullie van bovenstaande inzichten en adviezen? Zijn ze bruikbaar en toepbasbaar?

Update

Tijdens deze meetup en na afloop is onderstaande lijst met conclusies door Evert Jan van Hasselt gemaakt; klik voor een grotere versie.

Op 26 januari was er een meetup van de Future of Web groep. Bij deze editie verschenen ongeveer 100 genodigden op het kantoor van Sogeti in Diemen. Dagvoorzitter was Menno van Doorn van VINT (een onderdeel van Sogeti). De twee internationale spreker waren: Ellen Petry Leanse (@chep2m op Twitter) Hoofd van Enterprise Marketing Communications, bij Google US en Adam Wallace (@adwal op Twitter) van het Roger Smith Hotel in New York.

Beide spreker hebben eerst hun verhaal gehouden. Daarna was er Q&A-sessie voor de aanwezigen met de sprekers. Het doel van deze sessie was om te komen tot op welke wijze de ROI van socialemedia valt te meten.

Van Hotel tot Social Media Hub

Adam trapte af met een bijzonder interessant verhaal over hoe Sociale Media de relatief conservatieve wereld van hotels kan beïnvloeden. Vroeger had het Roger Smith hotel een statische website. Tegenwoordig zijn de website en sociale media een belangrijk onderdeel van hun marketing en aanwezigheid. Het Roger Smith Hotel was een van de eerste hotels die zich ging begeven op socialemedia sites zoals Facebook en Twitter. Omdat mensen online over het hotel gingen praten en het gingen aanbevelen aan anderen, kreeg het hotel een imago van de “place to be stay” als je je in socialemedia scene begeeft. Bekende sprekers en goeroes zoals Chris Bogan, overnachtten in het hotel. Vanzelfsprekend bloggen en Twitteren deze gasten erover. Op deze manier horen hun volgers ook over het hotel. Mensen die online vragen naar welk hotel ze zouden moeten gaan als ze in New York zijn, dan al snel aanbevolen om naar het RS hotel te gaan. Het zogenaamde sneeuwbaleffect gaat erg snel door de inzet van socialemedia en aanbevelingen.

Het RS hotel ging zelf video’s plaatsen, luisteren en reageren op wat de mensen online vertelden. Langzaam aan groeide het uit tot een ware community omtrent het hotel. Adam: “het is belangrijk dat hoewel socialemedia erg goed kan helpen en een verhaal kan vertellen, dat medewerkers ook ‘socialemedia gaan doorleven’”. Als medewerkers er niets van snappen en er allemaal bekende mensen uit die ‘wereld’ rondlopen, is het niet geloofwaardig. Een van de koks van het RS hotel, een vervend Twitteraar, bracht zijn netwerk in de RS Hotel community in. Een netwerk op Twitter is in feite aan community waarmee je in een online conversatie bent.

Socialemedia vormt een integraal onderdeel van de strategie van het hotel waarbij online en offline elkaar ontmoeten. Het RS Hotel gebruikt Twitter om haar volgers te informeren over speciale aanbiedingen van hotelkamers. Zij vraagt hiervoor een premium op de standaard prijs. Deze aanbiedingen gaan snel het internet over door de ‘word of mouth’ en de retweetfunctie in Twitter. Deze vorm van marketing is duurzaam omdat je een relatie met je volgers opbouwt en de online dialoog aangaat.

Bekijk het interview van Adam Wallace na afloop van de Enterprise Social 2.0 : Rip or ROI.

Google the Social Enterprise

Ellen is verantwoordelijk voor de marketing van technologie zoals Google Apps, zoeken op internet en binnen bedrijven. Tijdens haar presentatie werd duidelijk dat de gebruiker bij nieuwe diensten zoals Wave een belangrijke rol speelt. Zij zelf mogen verder aan de slag met de techniek. Ze gaf ook aan dat vanuit haar perspectief de strategie van Google op dat punt een non-strategie is.

Social Media: “it is as good as it gets!”

Meer inzichten , bekijk het onderstaande video-interview dat Remco Janssen van Marketing + PR Visie met Ellen na afloop heeft gemaakt.

Deel twee van dit verslag beschrijft de discussie over de ROI van socialemedia.

Op 5 februari was er hét evenement voor innovatieve marketeers: Marketing Pioneers 2010. Dit jaar was het thema: Supersize your sales. Rond een uur, was het crème de la crème van de Nederlandse marketing bijeen in Pakhuis de Zwijger in Amsterdam. John Kivit, initiatiefnemer, opende de dag om daarna het woord te geven aan dagvoorzitter Stephan Fellinger.

Pytch PeP talks

De middag begon met de zogenaamde Pytch PEP talks. Hierin konden jonge ondernemers in 6 minuten hun pitch geven voor de zaal. Na de pitch kon het kritische publiek vragen stellen.

  • Brandfighters – Jan-Paul de Beer, de uiteindelijke winnaar maakt op een vernieuwende manier reclame door jonge filmmakers reclame te laten maken; een vorm van crowdsourcing.
  • Mober – Jeroen Wilhelm:  gemakkelijk, laagdrempelig en met bewezen techniek in horecagelegenheden of terrassen via sms een bestelling opgegeven
  • bureauvijftig – Arjan in ’t Veld: een bureau dat zich richt op 50plus communicatie
  • Beemway – Hans Gijsbertsen: een internationale organisatie die zich richt op creatie en distributie van sociale media via widgets.
  • 31Volts – Marc Fonteijn: ontwikkeling van een dienstenmarkt waarop mensen die diensten afnemen trots zijn

Presentatie over Sales 2.0

Rikkert Walbeek, begon, om de aanwezigen bij de les te krijgen, de relatie te duiden tussen Sales en Marketing. Sales is superman omdat zij de omzet binnen brengen waardoor de marketeers ook een boterham te beleggen hebben. In zijn vergelijking zijn de marketeers net zo iets als fastfood (McDonalds). “Het is even leuk, maar een uur later heb je weer honger”. Volgend op deze scherpe tegenstelling, schept hij een beeld van de salesman. Dit is de man die altijd onderweg is, eet een broodje bij het tankstation. Heeft net een smartphone gekregen, maar weet eigenlijk niet wat er online zich allemaal afspeelt. Sales moet zich, net als marketing, in de 2.0-wereld gaan begeven. In zijn verhaal zijn 3 elementen belangrijk: Tools, informatie en zichtbaarheid. Zie de Slideshare presentatie hieronder.

Van low involvement energiedrankje naar een loyaliteitsmerk

Huib van Bockel, marketing directeur bij Red Bull Nederland, vertelde over de visie en de marketingstrategie van het merk. Hij trapte af met de vergelijking voor wie je het liefste zou werken: Ben&Jerry’s of Häagen-Dazs. Op een na wilde iedereen werken bij Ben&Jerry’s; dit heeft met het imago van het merk te maken (emotie); echter Häagen-Dazs verkoopt wel meer ijs (ratio). Een verhaal, emotie en beleving is dus erg belangrijk in de marketing.

Hij vertelt hoe ze met Red Bull (een low involvement product) toch zorgen voor een emotionele betrokkenheid bij de doelgroep. Namelijk door te geven. Door te kijken waar zij als merk een meerwaarde kunnen leveren voor de klant. Echte merken zijn:

  • relevant
  • onderscheidend
  • maken een gevoel los
  • gevende marketing

“Gevende marketing”? Red Bull doet voor 75% aan gevende marketing. Dit blijkt bijvoorbeeld uit het team Torro Rosso in de Formule 1.  In dit team worden jonge F1 rijders getraind die bij de ander teams geen kans zouden maken. Gevende marketing is een vorm van marketing waar het bedrijf wat terug geeft aan de maatschappij en laat zien dat zij dat heeft geïnitieerd.

Ondernemen is doen!

Leen Zevenbergen was de volgende spreker die over de catwalk aan kwam. Leen is auteur van boeken als: “En nu laat ik mijn baard staan” en “Het is groen! En groener wordt het niet”.

Leen had een bijzonder inspirerend verhaal. De gehele zaal ging er helemaal in op . Zelfs de ingeruimde tijd voor vragen werd op aandringen van de zaal benut voor de sprankelende verhalen. Leen startte met een dosis enthousiasme over hoe je creativiteit, ondernemershap, sprankeling en inspiratie stimuleert binnen een organisatie. Ondernemerschap, iedereen heeft het…!In het verhaal van Leen bleek dat er een groot verschil is tussen ondernemers en managers. De manager zal kosten proberen te verlagen (blik naar binnen), maar de ondernemer probeert de omzet te verhogen (kijk naar buiten). Een prikkelende vraag: “Wat zou je doen als je zou worden ontslagen?” Een tip: “Je kunt beter achteraf om vergiffenis vragen voor iets wat je hebt geïnitieerd dan om toestemming vooraf!”

Creativiteit is zeer belangrijk. Alleen wordt daar binnen huidige organisaties krampachtig mee omgegaan. Hij gaf een voorbeeld van een directielid dat graag haar schildersezel zou willen meenemen naar kantoor. De manager vroeg aan Leen: “Moet ik dat wel toestaan?” Leen gaf aan: “natuurlijk!” De manager vroeg: “Maar wat als ze nu echt gaat schilderen tijdens werktijd?” Iedereen is creatief alleen door opvoeding en opleiding neemt de mate waarin iemand creatief is af. “Sprankeling is gratis, het zou eigenlijk een vak moeten zijn!” Op de vraag, wie dient als bron van inspiratie, kwamen allerlei grootheden voorbij. Aldus Leen: je moet jezelf inspireren.

Bekijk een deel van de presentatie, hieronder:

The new rules of Marketing & PR

Voorafgaand aan de keynote van David was er de challenge waarin drie ondernemers met elkaar een uitdaging aangingen. Hierop volgde de laatste act van de middag, David Meerman Scott. Hij is auteur van het boek: The new rules of Marketing & PR.

David stelde een aantal vragen zoals: “wanneer heb je voor het laatst een bedrijf opgezocht in de yellow pages?”Hij liet zien dat overal waar hij komt de antwoorden ongeveer hetzelfde zijn. Vervolgens nam hij de antwoorden uit Amsterdam op zijn flip op. Het medialandschap is aan het veranderen. De nieuwe media geven bedrijven en mensen ongekende mogelijkheden. De oude en nieuwe wereld smelten samen. CWS een conservatieve producent van toiletten heeft een B2B viral gemaakt die je niet zou verwachten, zie hieronder:

HP heeft jonge creatieven een eigen viral laten maken (een vorm van crowdsourcen), zie het resultaat hieronder:

Aldus David: “On the web, you ARE what you publish!”

Aardig feitje, de op 3 na meest gebruikte knop tijdens het surfen op internet is de back-button.

“Encourage sharing, Stimulate the word of Mouse”.

Bekijk de gehele keynote (met dank aan marketingfacts) hieronder:

David Meerman Scott bij Marketing Pioneers 2010 #MP2010 from MGvandenBroek on Vimeo.

bekijk de presentatie op slideshare, hieronder:

Ik verliet het evenement met de gedachten: “Don’t talk about your product, live your dreams, publish, share and loose control!” Een mooie inspirerende middag.

Een compilatie van de gehele middag op video:

Meer informatie, foto’s, video’s en presentaties zijn te zien op de site van marktingpioneers 2010, of zoek op twitter met de # hashtag mp2010..

Via deze weg wil ik al mijn lezer een inspirerend, communicatief, creatief, gelukkig 2010 toewensen!

Het jaar 2010, start van het tweede decennium van deze eeuw, ik ben benieuwd wat dit jaar gaat brengen. Een vooruit blik op 2010 in de vorm van drie trends.

Trend 1. Online en Offline worden één

In mijn ogen gaat de online wereld dit jaar een hoge vlucht nemen. De online wereld wordt meer en meer vervlochten met het offline leven. Straks maken we geen onderscheid meer. Tijdens de feestdagen bleken mensen meer tijd te besteden op Facebook dan Google. Dit geeft aan dat Socialenetwerk sites vaker en langer worden bezocht. Socialemedia zijn belangrijk in 2010, daarom wees er op aanwezig en wees actief (zowel privé vanuit Personal Brand en zakelijk). Begin met luisteren en dan pas reageren. Wees authentiek en eerlijk. Socialemedia diensten groeien enorm. Breng voor je zelf focus aan welke diensten belangrijk zijn en richt daar je aandacht op. Knoop op een slimme manier diverse diensten aan elkaar. Mocht je nog niet actief zijn op socialemedia start er dan dit jaar mee, want anders begin je zowel zakelijk en privé echt achter te lopen!

Trend 2. Alles altijd overal beschikbaar via je mobiel

In 2009 brak mede door de smartphone mobiel internet door. Binnenkort kun je bijna alles regelen via je smartphone met internet. De iPhone van Apple is populair als je het afmeet aan het aantal beschikbare apps (in de online winkel); er zijn ook andere voorbeelde waaruit de populariteit blijkt van de iPhone. Een van de redenen dat zowel Microsoft als RIM (de maker van de Blackberry) ook winkels hebben gemaakt waar gebruikers tooltjes kunnen downloaden. Met deze tooltjes kun je bijvoorbeeld documenten openen, je blog bijwerken, foto’s organiseren, spelletjes spelen, betalingen doen, LinkedInprofiel via bluetooth uitwisselen, route- en fileinformatie opvragen etc. Google lanceert haar eigen telefoon in januari. Mobiel internet gaat veel betekenen in 2010.

Trend 3. Twitter, nieuws en journalistiek

Twitter zal nog meer gaan groeien in dit jaar. In 2009 is Twitter bekend geworden bij een wat groter publiek. Biz Stone, een van de oprichters van Twitter, geeft aan dat het geen microbloggen meer is maar een informatieplatform. Als je wilt weten wat er nu aan de hand is, dan kijk je op Twitter. De nieuwsvoorziening zal hierdoor gaan veranderen en zo ook de journalistiek. Nieuws staat al online maar gaat zich razend snel verspreiden. Nieuws lekt uit via online kanalen. Mensen maken foto’s en filmen als er wat aan de hand is. Journalisten zullen sneller moeten gaan reageren en gaan bloggen i.p.v. wachten op de printmedia. Een mooi voorbeeld: NRC next verschijnt op papier en de website is nu in de vorm van een blog. Standaard nieuwsfeiten zijn gratis via bijvoorbeeld nu.nl. In mijn ogen zal men voor kwaliteitsnieuws waarschijnlijk kleine bedragen moeten worden betaald. Alleen dan zal de journalistiek kunnen voortbestaan. Uiteindelijk gaat het om de journalistiek en niet via welk media deze wordt aangebonden.

Sociale media in 2009

Zo in de eerste week blik ik nog eenmaal terug op 2009. Via Dutchcowbows stuitte ik op deze youtube video gemaakt door Rob Cottingham. Hij maakte in cartoonvorm met humoristische teksten een overzicht van socialemedia in 2009.

Wat zijn volgens jullie de trends van 2010?

Het jaar 2009 is bijna ten einde, en daarom een geschikt moment om terug te kijken. Het was een interessant jaar. Ik ben bijvoorbeeld begonnen met dit blog. Op persoonlijk vlak heb ik gekozen om mij zelf als zelfstandig ondernemer, adviseur en trainer op het gebied van online communicatie te vestigen onder de naam “alexida”. Ik heb ook besloten om mij aan te sluiten bij “World of Minds” als trainer in mindmapping en adviseur op het gebied van visualisatie. Daarnaast neem ik deel aan de internationale visualisatie community “Hypershifters”.

Het jaar 2009

2009 was een dynamisch jaar. Er gebeurde veel op het wereldtoneel. President Obama werd geïnaugureerd; later in het jaar wint hij de Nobelprijs voor de vrede. Er is veel discussie om en onderzoek nodig naar de maatregelen om de crisis te bestrijden; vooral de AOW van 65 naar 67 jaar beheerst het beeld. De politieke peilingen zijn voor de huidige coalitie weinig goed nieuws. Bijna dreigde de premier naar Europa te gaan, waar uiteindelijk een nieuwe commissie komt met een nieuwe en bestaande gezichten Nelie Kroes; inzet wordt beloond. De gebeurtenissen in de Trèvezaal lekte via een Twitterende minister uit.

Een vliegtuig crashte in de Hudson rivier. Dit stond binnen een flits op Twitter. Een maand later stortte een vliegtuig van Turkish Airlines neer bij Schiphol wat eveneens razend snel op Twitter stond. Nederland wordt tijdens Koningendag opgeschrikt door een aanslag waarbij 8 doden vallen. Vele doden vallen ook bij een ineens verdwenen Air-France toestel in de Atlantische oceaan. Michael Jackson overlijdt wat eveneens razend snel via Twitter in het nieuws komt.

In Italië is er een aardbeving, daarnaast vertoond het privéleven van de Italiaanse president ook scheuren; zo erg dat hij ook nog wordt aangevallen. Het hele jaar leeft men toe naar de klimaatconferentie in Kopenhagen. Er wordt op hoofdlijnen overeenstemming bereikt, de details worden later uitgewerkt. In Iran breekt de revolutie uit, ook hierin spelen sociale media zoals Youtube, Facebook en Twitter een belangrijke rol.

Hoewel het niets met de beurscrisis had te maken kwam het merk Postbank te vervallen en ging men over op de ING bank. Er was natuurlijk nog meer economisch- en bankenleed. De DSB bank is na een ‘mediasoap’ uiteindelijk failliet verklaard; de ‘gecrowdsourcede’ film komt in februari 2010 uit! De consequenties en het leed zijn groot. Binnen no time verdween DSB als shirtsponsor van de landskampioen AZ, het museum werd al snel leeggehaald en de schaatsploeg moest snel weer opzoek naar ander sponsoren.

Het was natuurlijk ook het jaar van Google. Want Wave werd in bètastadium losgelaten. Het antwoord van Google op iPhone komt in Q1 van 2010. Overigens ben ik reuze blij met de iPhone; na 1,5 maand kan je gewoon niet meer zonder. Maar ook TomTom moet zich gaan wapenen want Google komt met maps voor in de auto. Microsoft zou het wellicht ook nog lastig kunnen gaan krijgen omdat er ook een OS (besturingssysteem) van Google gaat aan komen: Chrome OS. Afsluitend over Google probeert ze in de laatste maanden van 2009 met advertenties om mensen te laten overstappen naar Chrome (de browser van Google). Microsoft opende wel weer de aanval met het hernoemen van haar zoekmachine in bing. De groei van Facebook nam in 2009 serieuze vormen aan. Ook in Nederland wint deze sociobusiness netwerksite aan populariteit. Zelfs de traditionele media ondergaat een verandering want twee nieuwe zenders Powned en WNL komen op het publieke kanaal te kosten van LLink.

Wellicht neemt onze Koningin toch “het woord van 2009″: “ontvrienden” serieus omdat zij zich afvroeg of al die digitale contacten wel goed zijn. Overigens gingen er ook stemmen op om Twitter het woord van het jaar te laten zijn. 2009 Is wel het jaar waarin Twitter veel in het nieuws was…

Zwaaien naar 2009

De website Mashable besloot om 2009 aan de hand van de populairste hastags – zoektermen met een “#”op  Twitter – 2009 samen te vatten. Deze samenvatting is gemaakt als animatie in Google Wave. Een nieuwe beta-dienst van Google waarvan ik hoop dat deze in 2010 gaat doorbreken als “zakelijk” communicatieplatform.

Delete 2009?

Heb je zelf zaken die je het liefste zou willen deleten uit het jaar 2009? Surf dan door naar delete 2009.

Wat zijn jullie hoogtepunten van 2009?

Ohja en alvast de beste wensen voor 2010, de start van een nieuw decennium!

Iedereen moet wel eens wat presenteren. Of het nu om een idee gaat, laatste productontwikkeling, status van een project of simpelweg een openingstoespraak. Niemand ontkomt er aan om te presenteren. Echter veel mensen zien op tegen het presenteren. Dit kan komen door de angst dat iedereen naar je kijkt, dat je wellicht niet alle antwoorden op lastige vragen hebt of dat de techniek je in de steek laat.

Tegenwoordig gaan presenteren en PowerPoint hand-in-hand. De meeste presentatoren maken gebruik van dit digitale presentatiemiddel van Microsoft. Relatief gemakkelijk draai je een presentatie in elkaar. Door het gemak kan het ook voorkomen dat je slides gaat maken met:

  • lange lijsten met bullet
  • mooie effecten van invliegende teksten
  • draaiende logo’s
  • grote spreaksheets
  • schema’s
  • instartende geluiden en filmpjes

Het kan allemaal. Echter overdaad schaadt! En al deze overdaad raakt ook weer gewoon. Dus hoe meer je je best doet des te minder impact het allemaal maakt. Al deze techniek zorgt er overigens ook voor dat mensen een-en-al-oog hebben voor de mooie/lelijke (over smaak valt niet te twisten) PowerPoint presentatie die je hebt gemaakt maar niet naar jou – de presentator – kijken. De hersenen kunnen namelijk minder gemakkelijk lezen, kijken en luisteren. Uiteindelijk sta JIJ daar met een verhaal voor de toeschouwers. Zij moeten oog-en-oor voor JOU hebben.

De presentatie dient ter ondersteuning van het verhaal!
De PowerPoint presentatie is geen doel op zich!

Ben Tiggelaar, heeft in een zijn collumn op Intermediair de meest voorkomende PowerPoint blunders grappig omschreven. Daarnaast heeft hij ze ingedeeld op type presentator:

  • lappen tekst op de slide schrijven en deze geheel voorlezen of zeggen dat het publiek deze zelf maar even moet lezen;
  • grote onleesbaar kleine tekst in matrix plaatsen;
  • opholslaande animaties en filmpjes;
  • Grote presentaties van meer dan 70 slides in 10 minuten.

Zelf heb ik onderstaande opmerkingen tijdens of net voor een presentatie regelematig gehoord:

  • “Ohja deze slide… is tja eigenlijk een beetje te klein…”
  • “ohja het is vast niet leesbaar op de slide… dan lees ik het wel even voor”
  • “Goh de kleuren op de pc zagen er toch echt een stuk beter/anders uit dan nu op het scherm”
  • “Door de lichtinval is het helaas onleesbaar”

Naast PowerPoint zijn er andere – in mijn ogen – betere hulpmiddelen zoals preziiMindMap Mindjet MindManager; meer daarover in een volgende blogpost.

De speech van je leven: zonder techniek

De beste speech geef je zonder een technische hulpmiddelen zoals een PowerPoint. Een goed verhaal, goed gebruik van je stem en je fysieke gestel is vele malen belangrijker!

Steve Jobs gaf de speech: “How to live before you die” als openingsspeech van het academisch jaar 2005 op de Stanford University in Californië. In deze boeiende speech geeft hij aan vooral echt je leven, want je weet maar nooit wanneer het afgelopen kan zijn; lees de volledige uitgeschreven tekst. De speech gaat over ambities, dromen, verlies, dood, inzicht, het grotere geheel. Communicatietrainer Carmine Gallo heeft een uitvoerige analyse gemaakt van de onderstaande speech. Belangrijkste tips:

  1. Werk toe naar een climax aan het einde van de presentatie;
  2. Één onderwerp per slide en maak ze visueel attractief (eyecandy);
  3. Varieer in snelheid en toonhoogte zodat je het publiek aansteekt en meekrijgt;
  4. Voorbereiden,  voorbereiden en nog eens voorbereiden;
  5. Als je passie over het onderwerp/product hebt, laat het vooral zien.

Onlangs heeft TED (Technology, Entertainment en Design) in haar Best of the Web Talks de zeer indrukwekkende speech van Steve Jobs opgenomen. In Best of the Web Talk maakt TED een selectie van beste talks die elders op internet staan. Bekijk de speech hieronder.

Wat vinden jullie van deze speech? Hebben jullie nog aanvullende tips?

“Stelling een goede speech doe je zonder PowerPoint!”

Sociale media gaat een belangrijk onderdeel vormen van de marketingcommunicatiemix. Volgens Wikipedia omvat socialemedia de online platformen waar zonder tussenkomst van professionals gebruikers kunnen publiceren en reageren. In mijn optiek is

Sociale Media: is wat we offline deden, maar nu online zichtbaar en doorzoekbaar voor iedereen!

Dat socialemedia impact heeft op traditionele marketingcommunicatie-inspanning is helder. Hoe groot deze impact is, blijkt lastig te meten. Onlangs is er een boek verschenen Socialnomics. De titel heeft verwantschap met Wikinomics. De ondertitel van het boek is: “how social media transform the way we live and do business”.

ROI socialemedia

Behorend bij het book is een video gemaakt over de ROI (Return on Investment) van socialemedia, bekijk deze hieronder.

Wat vinden jullie van deze stelling en de kracht van sociale media?

Mannen vs vrouwen

Diverse onderzoeken wijzen uit dat vrouwen meer zijn vertegenwoordigd op sociale netwerken dan mannen. De opmerking dat internet en dat soort online tools alleen door mannen wordt gebruikt is dus ontkracht. Via Dutch Cowgirls las ik over het onderzoek van Pingdom naar het verschil in gebruik van socialemedia door mannen en vrouwen; letop onderzoek is gedaan met Amerikaanse demografische gegevens.

Resultaten:

  • Linkedin: 50/50 man/vrouw
  • Twitter: 42/58 man/vrouw
  • Facebook: 43/57 man/vrouw

Visualisatie van sociale netwerken

Via Dutch Cowgirls stuitte ik op een visuele interpretatie van sociale media door Patrick Moberg. Het geeft een mooie kijk op hoe sociale netwerken worden gebruikt.

Wat vinden jullie van de visie van Patrick?

Krachtige media is sociaal

Gelet op de overweldigende schaal waarop men gebruikt maakt van socialemedia, kan bijna niemand ontkrachten dat socialemedia aan een onstuitbare opmars bezig zijn; zie video ROI. In mijn optiek zal het niet lang duren voordat sociale media in gebruik de traditionele media voorbij zal streven. Niet iedere generatie zal deze nieuwe middelen direct omarmen maar gemiddeld genomen kunnen organisaties en bedrijven niet buiten deze ontwikkelingen om. Demografisch gezien blijken mannen en vrouwen gelijk om te gaan, op een paar niche netwerken na; zie onderzoek. Enige kanttekening die geplaatst moet worden is dat sociale media ook wellicht te populair kunnen worden zie visualisaties hierboven. Hoe denken jullie daarover?

Eerder deze week heb ik een voorbespreking gehad met Len Middelbeek over het gastcollege over nieuwe media en communicatie voor studenten aan de Haagsche Hogeschool. Tijdens deze voorbespreking hebben we het gehad over de diverse potentiële mogelijkheden van socialemedia voor journalisten en communicatieadviseurs.

Op uitnodiging van Len gaf ik op vrijdag 18 december een gastcollege over online communicatie en socialemedia aan studenten Communicatie & Journalistiek op de Haagsche Hogeschool. Het aantal studenten dat actief gebruikt maakt van Facebook het meeste, LinkedIn volgde en Twitter was hekkensluiter. Tijdens het interactieve college ontstond er een interessante discussie over privacy op internet en toepassing van socialemedia voor journalisten. Tijdens het college heb ik eerst het kader neergezet. Vervolgens een aantal voorbeelden laten zien van het gebruik van online media door traditionele mediabedrijven. Bijvoorbeeld het gebruik van Twitter door BNR bij het radioprogramma BNR Peptalk en neerleggen van een stelling op de LinkedIn-group van Adformartie.
Discussie tijdens het gastcollege ontstond mede door stellingen zoals:

“Sociale Media: is wat we offline deden, maar nu online zichtbaar en doorzoekbaar voor iedereen!”

“Kan sociale media er voor zorgen dat relaties dieper en beter worden?”

“Kan een communicatieadviseur zich permitteren niet op de hoogte te zijn van moderne communicatiemiddelen?”

“Door online media wordt iedereen journalist!”

Wat is jullie mening over deze bovenstaande stellingen? Andere stellingen staan in onderstaande presentatie.

…en mentale wasstraat met toekomst

Donderdag 26 november organiseerde de Marketing Communicatie kring van de alumni vereniging van Nyenrode, de VCV, een lezing met de Marketeer of the Year. Jan Willem Sieburgh, zakelijk directeur van het Rijksmuseum is door Tijdschrift voor Marketing, Platform Innovatie in Marketing (PIM), USG Capacity en het Nima uitgeroepen tot marketingman 2009. Jan Willem heeft nu geen marketingfunctie maar in zijn vorige carrière heeft hij zich bezig gehouden met marketing en reclame.

Historie

“Het Rijksmuseum is van ons allemaal”

rmams01Hoewel de term doet vermoeden dat het Rijk eigenaar is, is dat niet geheel juist. Omstreeks 1820 heeft de gemeente Amsterdam uit een nagelaten collectie het Rijksmuseum gesticht omdat de rijksoverheid niet de gehele investering voor haar rekening wilde nemen. Het grootste deel van de collectie is door burgers gekocht en niet door het rijk. Grote delen van de collectie is in opdracht van burgers gemaakt, hierdoor zijn de kunstwerken ‘kleiner’ omdat zij eerst in huizen hebben gehangen. Zelfs De Nachtwacht is in opdracht van burgers gemaakt. Het is een museum voor en door burgers en het is daarom belangrijk dat het museum een relatie aan gaat met een groot publiek.

Rijksmuseum

Toen Jan Willem aantrad, trof hij wel een communicatie- maar geen marketingafdeling aan. Hij werd geconfronteerd met het dichtgaan van grote delen van het museum. Hierdoor konden maar 400 stukken getoond worden in plaats van de gebruikelijke 7000. Het oppervlak van het museum is tijdens de verbouwing slechts 4000 m2 in plaats van 10.000 m2. Het museum is meer dan alleen het gebouw. Het museum is een sterk merk dat zij ontleent aan het gebouw, haar collectie en verleden. De sterkte van het merk is als volgt opgebouwd: publiek: 70%, collectie 25% en wetenschap 5%.

“Een groot museum als het Rijksmuseum komt intimiderend over op bezoekers.”

De collectie is groot en je hebt er kennis voor nodig om het te kunnen begrijpen.

Tijdens de verbouwing…


De verbouwing brengt het Rijksmuseum in een nieuw tijdperk. Dat vraagt hernieuwd gedrag van het museum waarmee ook de relatie tussen museum en (potentiële) bezoekers nieuw leven wordt ingeblazen. Beoogd doel is 2 miljoen bezoekers per jaar met een hoger bereik. De propositie van het Rijksmuseum is:

  • uitnodigend
  • uitdagend
  • kijk opnieuw
  • denk opnieuw

Doelgroep en bezoekers

De marketing van het museum is er op gericht mensen een kaartje te laten kopen en de kunst te ervaren. Tweederde van de bezoekers aan het Rijksmuseum komt uit het buitenland. Met in de top-10: Frankrijk, Engeland, Italië, Spanje, USA en Japan.

Zo’n 7.000 bezoekers is goed voor 10.000 bezoeken, dit komt doordat bezoekers uit Nederland vaak gebruik maken van de museumjaarkaart. Jan Willen gaf grappender wijs aan dat de Nederlander gemiddeld 3 keer in zijn/haar leven in het Rijksmuseum komt nl. een keer als kind, dan als ouder en vervolgens als grootouder.

Hij sprak van een ‘huiswerkrelatie’ tussen Nederlanders en het Rijksmuseum:”Je komt er een keer in je leven en dan is het klaar”.

Zo’n 50% van de Nederlanders gaat niet naar een museum. Het vormt een belangrijke uitdaging om de relatie met deze Nederlanders op te bouwen.

Imago van het Rijksmuseum

Naar de mening van de mensen is het Rijksmuseum het nationale museum van Nederland met belangrijke attributen als: Rembrandt, Vermeer, de Gouden Eeuw. Het Rijksmuseum wordt geplaatst in dezelfde groep als het Koninklijk Huis en Binnenhof en behoort daarmee tot onze nationale trots. Het vervult daarmee de rol van een symbool. De relatie tussen symbool en doelgroep bestaat uit: geen actieve relatie, geen binding, geen actie en is vanzelfsprekend. Een symbool is geruststellend. Met deze uitkomsten is Jan Willen aan de slag gegaan om er in zijn woorden:

“Een esthetisch tankstation en mentale wasstraat met toekomst” van te maken.

Nieuwe identiteit

Uit het hiervoor beschreven imago valt af te leiden dat er een afstand is tussen het Rijksmuseum en de beoogde (Nederlandse) doelgroep. Met marketing kan deze afstand worden overbrugd. In de toon en stijl is het belangrijk om met het publiek te gaan praten en het perspectief in de gaten te houden.

Fysiek gebeurt er veel. De nieuwbouw komt gereed. Het is een van de weinige musea met satellieten in bijvoorbeeld Maastricht. Het is het enige museum in de wereld met een dependance op een luchthaven (Schiphol). Hij expirimenteert met de schaal waarop collecties worden getoond. Ze geeft een tijdschrift “Oog” uit en heeft een Rijkswidget die meer dan 100.000 keer is gedownload. Hiermee is een relatie ontstaan tussen de enorme database van werken, kennisontsluiting en gebruikers. De telefoon met mobiel internet heeft de toekomst en om die reden werkt men aan de uitbreiding van deze widget; die ik overigens zelf ook op mijn iPhone heb staan.

Jan Willems droom:
‘een virtuele (persoonlijke) conservator te ontwikkelen’

Intellectueel, is het belangrijk om aansluiting te vinden bij de taal en verwachtingen van de bezoekers. Schep duidelijkheid over de bedoeling van de kunst. Emotioneel gezien zit de schoonheid in het beminnen en niet in de beminde. Want de verteller is belangrijker dan de kunst.

In essentie komt het er op neer dat het Rijksmuseum een intermediair is waar behapbare, verrassende kunst zichtbaar is die soms in een onverwachte en/of andere context wordt geplaatst. Een goed voorbeeld hiervan is de tentoonstelling For the love of God van Damien Hirst.

Concurrentie voor het Rijksmuseum? In een wereld die steeds digitaler wordt, maakt een museum het mogelijk om de magische waarde van het authentieke te ervaren. Het museum heeft een zingevingsfunctie en biedt ook een vorm van escapisme.

Het Rijksmuseum is van ons allemaal!

Elders op het web

vcvmc-branding01Donderdag 24 september organiseerde de VCV Marketing Communicatie Kring van Nyenrode alumni, een minisymposium over Citymarketing. Tijdens dit symposium werden twee thema’s besproken. Het eerste thema de branding van onze hoofdstad “I Amsterdam” door Charles van Renesse (directeur van Amsterdam Partners en verantwoordelijk voor de marketing van Amsterdam). De tweede spreker, Josh Feldmeth (Managing Director van Interbrand Amsterdam), plaatst het thema in internationaal perspectief.

“I Amsterdam”

vcvmc-branding03Charles van Rensesse is een begeesterd spreker op het gebied van citymarketing. Met citymarketing heb je met 3 B’s te maken; BEWONERS, BEZOEKERS en BEDRIJVEN.

Imago

In 2003 is heeft Amsterdam na onderzoek besloten dat haar imago moest worden opgevijzeld. Internationaal dacht men bij Amsterdam aan sex, drugs en Rock ’n Roll. Bij Milaan dacht men aan mode en bij Parijs aan parfum. Amsterdam wilde zich een ander imago aanmeten.

Campagne

In 2003 is Amsterdam gestart met de ”I Amsterdam” campagne. Deze campagne heeft nagenoeg 100% bekendheid in het eigen land. Ook in Europa doet deze campagne het goed. De nieuw gekozen gewenste identiteit bestaat uit creativiteit, handelsgeest en vrijheid. Doelstelling was om Amsterdam weer in de top5 van (Europese) hoofdsteden te brengen. Hierdoor komen er weer meer grootschalige evenementen en toeristen, wat weer goed is voor de regio Amsterdam en haar economie.

Guerrilla als strategie

vcvmc-branding04De gekozen strategie valt het beste te omschrijven als guerrillamarketing. Het ”I Amsterdam” beelmerk komt vaak in beeld op tv, in de krant, op billboards, op Youtube etc. Zelfs als Al Gore Amsterdam aandoet ter promotie van zijn film, wordt er een groot billboard met het ‘I Amsterdam logo’ achter hem gereden voor het persfotomoment. Het gaat vooral om zichtbaarheid. Het campagneteam gebruikt de volgende elementen: adverteren, free pubilicity, events, merchandising en internet. Het team dat bij deze campagne is betrokken, strekt zich uit tot ver buiten de grenzen van Amsterdam. Partners, bedrijfsleven, overheid en de regio hebben samen een convenant gesloten om de metropool Amsterdam internationaal op de kaart te zetten. Als de burgemeester van bijvoorbeeld Almere in Japan is, zal deze aangeven dat hij/zijvanuit Amsterdam komt. Deze eenduidige boodschap helpt in het buitenland omdat ze daar Almere niet kennen.

Resultaat

iamsterdamOp dit moment staat Amsterdam op de vierde plaats in de top5 van Europese steden achter o.a. Londen (1) en Parijs (2).

Van Estonia, Colombia naar I love NY

vcvmc-branding06Josh Feldmeth Managing Director van Interbrand Amsterdam bouwde voort op de “I Amsterdam” campagne door internationale voorbeelden te laten zien. Hiermee deed hij uit de doeken hoe een bureau als Interbrand omgaat met vraagstukken over citymarketing. Ze hebben onder meer gewerkt aan de marketing van steden als Edinburgh, Johannesburg, Parijs en heeft het merk ‘City of Ancient Olympia’ ontwikkeld.

Waarom

De statistieken wijzen uit dat er meer mensen leven in steden dan elders. Steden doen er toe. Wat maakt het dat mensen kiezen voor een specifieke stad? Imago speelt een belangrijke rol bij de keuze om in een stad te gaan wonen, werken, studeren etc.

Wat

Wij zijn bereid om voor sterke merken (a-merken) meer te betalen dan voor b-merken. Steden met sterke merken hebben een aantrekkingskracht. Een huis kopen in stad met een sterk merk kost meer geld dan in een mindere stad. Steden met een sterk merk zijn authentiek. Steden worden een sterk merk doordat zij consistent dezelfde merkwaarden communiceren.

Steden

Steden hebben een historie en wellicht zijn er allerlei mythes over de stad. Steden groeien en er komt een verschil tussen oude en nieuwe delen binnen de stad. Daarnaast heeft een stad vaak symbolen zoals gebouwen. Een stad roept emotie op. Mensen vinden het ook fijn om zich zelf te associëren met een stad waar ze trots op zijn. Veel mensen kiezen bewust voor een stad en zijn bereid om er in te investeren (kopen een huis) wonen, werken en winkelen er; daardoor voeg je (economische) waarde toe aan de stad.

Controle

Er is een verschil tussen branding voor merken en steden. In onderstaande tabel staat een korte uiteenzetting.

Merken Steden
Hebben een focus Zijn Complex en democratie
Duidelijke belofte Doen beloftes maar politiek speelt een rol
Consistent Inconsistent vanwege waan van de dag
Doelgericht Ambivalent

I love NY

Het beste voorbeeld van citymarketing is de campagne van New York: I love NY. Deze campagne loopt een lange tijd en daardoor is de campagne zeer herkenbaar voor bewoners van de stad en ver daar buiten. Er is veel merchandise beschikbaar die mensen en toeristen graag kopen. De campagneslogan is positief en appelleert daarmee aan een positieve stemming van een brede doelgroep. De campagne is authentiek en past bij de stad. Door de lange looptijd van de campagne is het een onderdeel geworden van de stad.

Het was een interessant minisymposium waarin veel energie vrijkwam. Citymarketing is namelijk en belangrijk middel voor steden en economische regio’s.

Powered by WordPress Web Design by SRS Solutions © 2010 alexis van dam Design by SRS Solutions