Anno 2010 is het voor de meeste van ons volstrekt normaal dat het internet er is. Of we nu achter een computer zitten, of een mobieltje in de hand hebben waarop we via flat free internet op kunnen werken… Het is normaal dat er internet is. Zelf maak ik nog geen gebruik van een dongel op mijn laptop en voel mij eigenlijk beperkt als ik op een locatie ben waar geen internet voor handen is. Is de structuur van internet echter wel goed?
Het internet van dingen en diensten
Meer en meer apparaten gaan gebruik maken van het internet zoals: televisies die je aansluit om YouTube films te bekijken, of auto’s die je email/ tweets tijdens het rijden voorlezen… Hierdoor neemt de druk op het internet meer en meer toe. Het internet heeft ook niet een eigenaar maar is van ons allemaal. Vanuit dit gezichtspunt zou je kunnen stellen dat het internet niet onder controle is en dat een aantal landen zelf controle gaat uitoefenen. De originele structuur van internet is ook nooit opgezet voor het huidige gebruik. In een
“Internet will become the fundamental economic instrument”
“Consumer will depends entirely on networked services and business will depend entirely on the future internet to provide these services”
“The internet is broken, since we have not one web but a fast variety of unlinked information and data that is unable to communicate.”
“The future internet needs to change!”
Deze film is gemaakt op initiatief van onder andere STI International.
Aldus de makers van de film is het toekomstige internet als volgt:
alom aanwezig
24/7
schaalbaar
veilig
betrouwbaar
consistent
efficiënt
coherent
semantisch
Wat vinden jullie van deze stellingname?
Dat internet steeds belangrijker wordt staat wat mij betreft vast! Denk je maar eens in: Wat er zou gebeuren als er een week lang geheel geen internet zou zijn? Volgens mij zou de wereld (mensen en organisaties) een serieus probleem hebben!
Ik ben benieuwd per wanneer er fundamentele wijzigingen komen in de structuur van het internet.
In het eerste deel van het verslag van de Future of Web groep meetup heb ik de twee verhalen van de internationale sprekers beschreven. Ellen Petry Leanse (@chep2m op Twitter) Hoofd van Enterprise Marketing Communications, bij Google US en Adam Wallace (@adwal op Twitter) van het Roger Smith Hotel in New York.
In het tweede deel van het verslag beschrijf ik een korte weergave van de discussie over de ROI van socialemdia
ROI van socialemedia
De open discussie, volgend na de twee presentaties, brachten een aantal interessante inzichten en adviezen.
Twitter
Hoe kun je socialemedia in een organisatie invoeren? Er werden drie voorbeelden aangehaald waar Twitter werd gebruikt. Allereerst waarom is Twitter zo populair?
Aldus de sprekers reduceert Twitter frictie in communicatie, dat is iets waar mensen van houden, opheffen van die frictie. Het is ook laagdrempelig en iedereen kan het in principe leren en gebruiken. Het is ook altijd bij de hand, op laptop, mobiel etc.
De eerste was JetBlue, een airliner uit USA, gebruikt Twitter om te converseren met haar klanten en loyaliteit te kweken. Dell gebruikt Twitter om aanbiedingen van haar producten aan te kondigen. Op deze wijze creëren ze een vaste groep van volgers. Zappos, een fashionmerk uit de USA, gebuikt Twitter om een persoonlijk merk te zijn en om via dit kanaal mensen te beïnvloeden.
Sociaalkapitaal
In mijn optiek was een van de belangrijkste elementen de “opportunity cost of not using social networks”. Iedereen weet af van het bestaan van socialenetwerken, maar lang niet alle organisaties maken gebruik van deze netwerken. Tot voor kort kon je daar mee weg komen maar zo langzamer hand kun je wel afvragen wat het organisaties kost om niet gebruik te maken van socialenetwerken. Op socialenetwerken zit voor een belangrijk deel sociaal kapitaal, ook wel whuffie genoemd. Er zijn 3 belangrijke kernwoorden voor sociaal kapitaal:
authenticiteit
relevantie
vertrouwen
Onderstaande video legt in het kort uit Whuffie is:
Het is belangrijk om loyaliteit van mensen te winnen door socialemedia te gebruiken. Daarbij kun je je afvragen wat de kosten zijn om te gaan ‘praten’ met potentiële klanten? Echter loyaliteit valt lastig in klinkende munt uit te rekenen. Wat zijn de opbrengsten als een bekend persoon aan duizenden vervolgens twittert dat hij/zij een fantastische ervaring heeft gehad? Organisaties moeten beginnen om te gaan luisteren naar wat mensen over hun organisaties op het internet zeggen. Vervolgens kunnen zij gaan deelnemen.
Meten is weten…
Er zijn natuurlijk diverse tools om te monitoren wat sociale media te weeg brengt, te denken valt aan Google Analytics, buzz tracking, promotiecodes. Echter niet alles is meetbaar. Omdat socialemedia erg menselijk is, zou de beste meetmethode menselijk moeten zijn. Het boek Web Analytics 2.0 door Avinash Kaushik, geeft een interessante doorkijk naar de toekomst van meetbaarheid.
Wat is de waarde van een retweet? Dit hangt natuurlijk af van de kwaliteit van de followers. Heeft een tweet een hoge kwaliteit dan is men eerder geneigd deze door te tweeten. Het kost echter niets extra’s. Belangrijk is om waardevolle informatie te delen!
Social Media: “Everyday there is a new opportunity”
Als je nu begint sta je binnen een kwartaal hoger in de rankings op Google
Pas de strategie gedurende de looptijd aan de actualiteit aan
De gehele bijeenkomst is vastgelegd met Ustream, zie hieronder:
In mijn ogen een interessante meetup met twee interessante internationale sprekers. Wat vinden jullie van bovenstaande inzichten en adviezen? Zijn ze bruikbaar en toepbasbaar?
Update
Tijdens deze meetup en na afloop is onderstaande lijst met conclusies door Evert Jan van Hasselt gemaakt; klik voor een grotere versie.
Op 26 januari was er een meetup van de Future of Web groep. Bij deze editie verschenen ongeveer 100 genodigden op het kantoor van Sogeti in Diemen. Dagvoorzitter was Menno van Doorn van VINT (een onderdeel van Sogeti). De twee internationale spreker waren: Ellen Petry Leanse (@chep2m op Twitter) Hoofd van Enterprise Marketing Communications, bij Google US en Adam Wallace (@adwal op Twitter) van het Roger Smith Hotel in New York.
Beide spreker hebben eerst hun verhaal gehouden. Daarna was er Q&A-sessie voor de aanwezigen met de sprekers. Het doel van deze sessie was om te komen tot op welke wijze de ROI van socialemedia valt te meten.
Van Hotel tot Social Media Hub
Adam trapte af met een bijzonder interessant verhaal over hoe Sociale Media de relatief conservatieve wereld van hotels kan beïnvloeden. Vroeger had het Roger Smith hotel een statische website. Tegenwoordig zijn de website en sociale media een belangrijk onderdeel van hun marketing en aanwezigheid. Het Roger Smith Hotel was een van de eerste hotels die zich ging begeven op socialemedia sites zoals Facebook en Twitter. Omdat mensen online over het hotel gingen praten en het gingen aanbevelen aan anderen, kreeg het hotel een imago van de “place to be stay” als je je in socialemedia scene begeeft. Bekende sprekers en goeroes zoals Chris Bogan, overnachtten in het hotel. Vanzelfsprekend bloggen en Twitteren deze gasten erover. Op deze manier horen hun volgers ook over het hotel. Mensen die online vragen naar welk hotel ze zouden moeten gaan als ze in New York zijn, dan al snel aanbevolen om naar het RS hotel te gaan. Het zogenaamde sneeuwbaleffect gaat erg snel door de inzet van socialemedia en aanbevelingen.
Het RS hotel ging zelf video’s plaatsen, luisteren en reageren op wat de mensen online vertelden. Langzaam aan groeide het uit tot een ware community omtrent het hotel. Adam: “het is belangrijk dat hoewel socialemedia erg goed kan helpen en een verhaal kan vertellen, dat medewerkers ook ‘socialemedia gaan doorleven’”. Als medewerkers er niets van snappen en er allemaal bekende mensen uit die ‘wereld’ rondlopen, is het niet geloofwaardig. Een van de koks van het RS hotel, een vervend Twitteraar, bracht zijn netwerk in de RS Hotel community in. Een netwerk op Twitter is in feite aan community waarmee je in een online conversatie bent.
Socialemedia vormt een integraal onderdeel van de strategie van het hotel waarbij online en offline elkaar ontmoeten. Het RS Hotel gebruikt Twitter om haar volgers te informeren over speciale aanbiedingen van hotelkamers. Zij vraagt hiervoor een premium op de standaard prijs. Deze aanbiedingen gaan snel het internet over door de ‘word of mouth’ en de retweetfunctie in Twitter. Deze vorm van marketing is duurzaam omdat je een relatie met je volgers opbouwt en de online dialoog aangaat.
Ellen is verantwoordelijk voor de marketing van technologie zoals Google Apps, zoeken op internet en binnen bedrijven. Tijdens haar presentatie werd duidelijk dat de gebruiker bij nieuwe diensten zoals Wave een belangrijke rol speelt. Zij zelf mogen verder aan de slag met de techniek. Ze gaf ook aan dat vanuit haar perspectief de strategie van Google op dat punt een non-strategie is.
Social Media: “it is as good as it gets!”
Meer inzichten , bekijk het onderstaande video-interview dat Remco Janssen van Marketing + PR Visie met Ellen na afloop heeft gemaakt.
Het jaar 2009 is bijna ten einde, en daarom een geschikt moment om terug te kijken. Het was een interessant jaar. Ik ben bijvoorbeeld begonnen met dit blog. Op persoonlijk vlak heb ik gekozen om mij zelf als zelfstandig ondernemer, adviseur en trainer op het gebied van online communicatie te vestigen onder de naam “alexida”. Ik heb ook besloten om mij aan te sluiten bij “World of Minds” als trainer in mindmapping en adviseur op het gebied van visualisatie. Daarnaast neem ik deel aan de internationale visualisatie community “Hypershifters”.
Het jaar 2009
2009 was een dynamisch jaar. Er gebeurde veel op het wereldtoneel. President Obama werd geïnaugureerd; later in het jaar wint hij de Nobelprijs voor de vrede. Er is veel discussie om en onderzoek nodig naar de maatregelen om de crisis te bestrijden; vooral de AOW van 65 naar 67 jaar beheerst het beeld. De politieke peilingen zijn voor de huidige coalitie weinig goed nieuws. Bijna dreigde de premier naar Europa te gaan, waar uiteindelijk een nieuwe commissie komt met een nieuwe en bestaande gezichten Nelie Kroes; inzet wordt beloond. De gebeurtenissen in de Trèvezaal lekte via een Twitterende minister uit.
Een vliegtuig crashte in de Hudson rivier. Dit stond binnen een flits op Twitter. Een maand later stortte een vliegtuig van Turkish Airlines neer bij Schiphol wat eveneens razend snel op Twitter stond. Nederland wordt tijdens Koningendag opgeschrikt door een aanslag waarbij 8 doden vallen. Vele doden vallen ook bij een ineens verdwenen Air-France toestel in de Atlantische oceaan. Michael Jackson overlijdt wat eveneens razend snel via Twitter in het nieuws komt.
In Italië is er een aardbeving, daarnaast vertoond het privéleven van de Italiaanse president ook scheuren; zo erg dat hij ook nog wordt aangevallen. Het hele jaar leeft men toe naar de klimaatconferentie in Kopenhagen. Er wordt op hoofdlijnen overeenstemming bereikt, de details worden later uitgewerkt. In Iran breekt de revolutie uit, ook hierin spelen sociale media zoals Youtube, Facebook en Twitter een belangrijke rol.
Hoewel het niets met de beurscrisis had te maken kwam het merk Postbank te vervallen en ging men over op de ING bank. Er was natuurlijk nog meer economisch- en bankenleed. De DSB bank is na een ‘mediasoap’ uiteindelijk failliet verklaard; de ‘gecrowdsourcede’ film komt in februari 2010 uit! De consequenties en het leed zijn groot. Binnen no time verdween DSB als shirtsponsor van de landskampioen AZ, het museum werd al snel leeggehaald en de schaatsploeg moest snel weer opzoek naar ander sponsoren.
Het was natuurlijk ook het jaar van Google. Want Wave werd in bètastadium losgelaten. Het antwoord van Google op iPhone komt in Q1 van 2010. Overigens ben ik reuze blij met de iPhone; na 1,5 maand kan je gewoon niet meer zonder. Maar ook TomTom moet zich gaan wapenen want Google komt met maps voor in de auto. Microsoft zou het wellicht ook nog lastig kunnen gaan krijgen omdat er ook een OS (besturingssysteem) van Google gaat aan komen: Chrome OS. Afsluitend over Google probeert ze in de laatste maanden van 2009 met advertenties om mensen te laten overstappen naar Chrome (de browser van Google). Microsoft opende wel weer de aanval met het hernoemen van haar zoekmachine in bing. De groei van Facebook nam in 2009 serieuze vormen aan. Ook in Nederland wint deze sociobusiness netwerksite aan populariteit. Zelfs de traditionele media ondergaat een verandering want twee nieuwe zenders Powned en WNL komen op het publieke kanaal te kosten van LLink.
Wellicht neemt onze Koningin toch “het woord van 2009″: “ontvrienden” serieus omdat zij zich afvroeg of al die digitale contacten wel goed zijn. Overigens gingen er ook stemmen op om Twitter het woord van het jaar te laten zijn. 2009 Is wel het jaar waarin Twitter veel in het nieuws was…
Zwaaien naar 2009
De website Mashable besloot om 2009 aan de hand van de populairste hastags – zoektermen met een “#”op Twitter – 2009 samen te vatten. Deze samenvatting is gemaakt als animatie in Google Wave. Een nieuwe beta-dienst van Google waarvan ik hoop dat deze in 2010 gaat doorbreken als “zakelijk” communicatieplatform.
Delete 2009?
Heb je zelf zaken die je het liefste zou willen deleten uit het jaar 2009? Surf dan door naar delete 2009.
Wat zijn jullie hoogtepunten van 2009?
Ohja en alvast de beste wensen voor 2010, de start van een nieuw decennium!
Iedereen moet wel eens wat presenteren. Of het nu om een idee gaat, laatste productontwikkeling, status van een project of simpelweg een openingstoespraak. Niemand ontkomt er aan om te presenteren. Echter veel mensen zien op tegen het presenteren. Dit kan komen door de angst dat iedereen naar je kijkt, dat je wellicht niet alle antwoorden op lastige vragen hebt of dat de techniek je in de steek laat.
Tegenwoordig gaan presenteren en PowerPoint hand-in-hand. De meeste presentatoren maken gebruik van dit digitale presentatiemiddel van Microsoft. Relatief gemakkelijk draai je een presentatie in elkaar. Door het gemak kan het ook voorkomen dat je slides gaat maken met:
lange lijsten met bullet
mooie effecten van invliegende teksten
draaiende logo’s
grote spreaksheets
schema’s
instartende geluiden en filmpjes
Het kan allemaal. Echter overdaad schaadt! En al deze overdaad raakt ook weer gewoon. Dus hoe meer je je best doet des te minder impact het allemaal maakt. Al deze techniek zorgt er overigens ook voor dat mensen een-en-al-oog hebben voor de mooie/lelijke (over smaak valt niet te twisten) PowerPoint presentatie die je hebt gemaakt maar niet naar jou – de presentator – kijken. De hersenen kunnen namelijk minder gemakkelijk lezen, kijken en luisteren. Uiteindelijk sta JIJ daar met een verhaal voor de toeschouwers. Zij moeten oog-en-oor voor JOU hebben.
De presentatie dient ter ondersteuning van het verhaal!
De PowerPoint presentatie is geen doel op zich!
lappen tekst op de slide schrijven en deze geheel voorlezen of zeggen dat het publiek deze zelf maar even moet lezen;
grote onleesbaar kleine tekst in matrix plaatsen;
opholslaande animaties en filmpjes;
Grote presentaties van meer dan 70 slides in 10 minuten.
Zelf heb ik onderstaande opmerkingen tijdens of net voor een presentatie regelematig gehoord:
“Ohja deze slide… is tja eigenlijk een beetje te klein…”
“ohja het is vast niet leesbaar op de slide… dan lees ik het wel even voor”
“Goh de kleuren op de pc zagen er toch echt een stuk beter/anders uit dan nu op het scherm”
“Door de lichtinval is het helaas onleesbaar”
Naast PowerPoint zijn er andere – in mijn ogen – betere hulpmiddelen zoals prezi, iMindMapMindjet MindManager; meer daarover in een volgende blogpost.
De speech van je leven: zonder techniek
De beste speech geef je zonder een technische hulpmiddelen zoals een PowerPoint. Een goed verhaal, goed gebruik van je stem en je fysieke gestel is vele malen belangrijker!
Steve Jobs gaf de speech: “How to live before you die” als openingsspeech van het academisch jaar 2005 op de Stanford University in Californië. In deze boeiende speech geeft hij aan vooral echt je leven, want je weet maar nooit wanneer het afgelopen kan zijn; lees de volledige uitgeschreven tekst. De speech gaat over ambities, dromen, verlies, dood, inzicht, het grotere geheel. Communicatietrainer Carmine Gallo heeft een uitvoerige analyse gemaakt van de onderstaande speech. Belangrijkste tips:
Werk toe naar een climax aan het einde van de presentatie;
Één onderwerp per slide en maak ze visueel attractief (eyecandy);
Varieer in snelheid en toonhoogte zodat je het publiek aansteekt en meekrijgt;
Voorbereiden, voorbereiden en nog eens voorbereiden;
Als je passie over het onderwerp/product hebt, laat het vooral zien.
Onlangs heeft TED (Technology, Entertainment en Design) in haar Best of the Web Talks de zeer indrukwekkende speech van Steve Jobs opgenomen. In Best of the Web Talk maakt TED een selectie van beste talks die elders op internet staan. Bekijk de speech hieronder.
Wat vinden jullie van deze speech? Hebben jullie nog aanvullende tips?
“Stelling een goede speech doe je zonder PowerPoint!”
Donderdag 26 november organiseerde de Marketing Communicatie kring van de alumni vereniging van Nyenrode, de VCV, een lezing met de Marketeer of the Year. Jan Willem Sieburgh, zakelijk directeur van het Rijksmuseum is door Tijdschrift voor Marketing, Platform Innovatie in Marketing (PIM), USG Capacity en het Nima uitgeroepen tot marketingman 2009. Jan Willem heeft nu geen marketingfunctie maar in zijn vorige carrière heeft hij zich bezig gehouden met marketing en reclame.
Historie
“Het Rijksmuseum is van ons allemaal”
Hoewel de term doet vermoeden dat het Rijk eigenaar is, is dat niet geheel juist. Omstreeks 1820 heeft de gemeente Amsterdam uit een nagelaten collectie het Rijksmuseum gesticht omdat de rijksoverheid niet de gehele investering voor haar rekening wilde nemen. Het grootste deel van de collectie is door burgers gekocht en niet door het rijk. Grote delen van de collectie is in opdracht van burgers gemaakt, hierdoor zijn de kunstwerken ‘kleiner’ omdat zij eerst in huizen hebben gehangen. Zelfs De Nachtwacht is in opdracht van burgers gemaakt. Het is een museum voor en door burgers en het is daarom belangrijk dat het museum een relatie aan gaat met een groot publiek.
Rijksmuseum
Toen Jan Willem aantrad, trof hij wel een communicatie- maar geen marketingafdeling aan. Hij werd geconfronteerd met het dichtgaan van grote delen van het museum. Hierdoor konden maar 400 stukken getoond worden in plaats van de gebruikelijke 7000. Het oppervlak van het museum is tijdens de verbouwing slechts 4000 m2 in plaats van 10.000 m2. Het museum is meer dan alleen het gebouw. Het museum is een sterk merk dat zij ontleent aan het gebouw, haar collectie en verleden. De sterkte van het merk is als volgt opgebouwd: publiek: 70%, collectie 25% en wetenschap 5%.
“Een groot museum als het Rijksmuseum komt intimiderend over op bezoekers.”
De collectie is groot en je hebt er kennis voor nodig om het te kunnen begrijpen.
Tijdens de verbouwing…
De verbouwing brengt het Rijksmuseum in een nieuw tijdperk. Dat vraagt hernieuwd gedrag van het museum waarmee ook de relatie tussen museum en (potentiële) bezoekers nieuw leven wordt ingeblazen. Beoogd doel is 2 miljoen bezoekers per jaar met een hoger bereik. De propositie van het Rijksmuseum is:
uitnodigend
uitdagend
kijk opnieuw
denk opnieuw
Doelgroep en bezoekers
De marketing van het museum is er op gericht mensen een kaartje te laten kopen en de kunst te ervaren. Tweederde van de bezoekers aan het Rijksmuseum komt uit het buitenland. Met in de top-10: Frankrijk, Engeland, Italië, Spanje, USA en Japan.
Zo’n 7.000 bezoekers is goed voor 10.000 bezoeken, dit komt doordat bezoekers uit Nederland vaak gebruik maken van de museumjaarkaart. Jan Willen gaf grappender wijs aan dat de Nederlander gemiddeld 3 keer in zijn/haar leven in het Rijksmuseum komt nl. een keer als kind, dan als ouder en vervolgens als grootouder.
Hij sprak van een ‘huiswerkrelatie’ tussen Nederlanders en het Rijksmuseum:”Je komt er een keer in je leven en dan is het klaar”.
Zo’n 50% van de Nederlanders gaat niet naar een museum. Het vormt een belangrijke uitdaging om de relatie met deze Nederlanders op te bouwen.
Imago van het Rijksmuseum
Naar de mening van de mensen is het Rijksmuseum het nationale museum van Nederland met belangrijke attributen als: Rembrandt, Vermeer, de Gouden Eeuw. Het Rijksmuseum wordt geplaatst in dezelfde groep als het Koninklijk Huis en Binnenhof en behoort daarmee tot onze nationale trots. Het vervult daarmee de rol van een symbool. De relatie tussen symbool en doelgroep bestaat uit: geen actieve relatie, geen binding, geen actie en is vanzelfsprekend. Een symbool is geruststellend. Met deze uitkomsten is Jan Willen aan de slag gegaan om er in zijn woorden:
“Een esthetisch tankstation en mentale wasstraat met toekomst” van te maken.
Nieuwe identiteit
Uit het hiervoor beschreven imago valt af te leiden dat er een afstand is tussen het Rijksmuseum en de beoogde (Nederlandse) doelgroep. Met marketing kan deze afstand worden overbrugd. In de toon en stijl is het belangrijk om met het publiek te gaan praten en het perspectief in de gaten te houden.
Fysiek gebeurt er veel. De nieuwbouw komt gereed. Het is een van de weinige musea met satellieten in bijvoorbeeld Maastricht. Het is het enige museum in de wereld met een dependance op een luchthaven (Schiphol). Hij expirimenteert met de schaal waarop collecties worden getoond. Ze geeft een tijdschrift “Oog” uit en heeft een Rijkswidget die meer dan 100.000 keer is gedownload. Hiermee is een relatie ontstaan tussen de enorme database van werken, kennisontsluiting en gebruikers. De telefoon met mobiel internet heeft de toekomst en om die reden werkt men aan de uitbreiding van deze widget; die ik overigens zelf ook op mijn iPhone heb staan.
Jan Willems droom:
‘een virtuele (persoonlijke) conservator te ontwikkelen’
Intellectueel, is het belangrijk om aansluiting te vinden bij de taal en verwachtingen van de bezoekers. Schep duidelijkheid over de bedoeling van de kunst. Emotioneel gezien zit de schoonheid in het beminnen en niet in de beminde. Want de verteller is belangrijker dan de kunst.
In essentie komt het er op neer dat het Rijksmuseum een intermediair is waar behapbare, verrassende kunst zichtbaar is die soms in een onverwachte en/of andere context wordt geplaatst. Een goed voorbeeld hiervan is de tentoonstelling For the love of God van Damien Hirst.
Concurrentie voor het Rijksmuseum? In een wereld die steeds digitaler wordt, maakt een museum het mogelijk om de magische waarde van het authentieke te ervaren. Het museum heeft een zingevingsfunctie en biedt ook een vorm van escapisme.
Vandaag ondersteun ik vanuit hypershifters TEDxAmsterdam met live mindmapping. Jerre (vanuit aHa!Coaching) en Ronald Vijfhuizen (World of Minds) aan het werk. Zie de ruwe mindmaps van de TEDtalk op de speciale TEDx pagina op MindMeister.
Live mindmapping tijdens TEDxAmsterdam
TEDxAmsterdam wordt gehouden op 20 november in Amsterdam. Dit evenement duurt een dag en brengt 450 opiniemakers en zakelijke leiders uit alle geledingen van het leven samen. Hier kunnen ze luisteren naar lezingen van internationale topsprekers over hun ‘ideeën die het waard zijn verspreid te worden’ (TED: idea’s worth spreading), kijken naar verbazingwekkende technische demonstraties, geïnspireerd te raken door lokaal talent en te genieten van kunst en entertainment.
TEDxAmsterdam heeft tot doel het publiek te betrekken bij een gesprek over te toekomst en hun rol bij het opbouwen deze toekomst. Deelname is alleen op uitnodiging en brengt opiniemakers en zakelijke leiders, artiesten en ondernemers, denkers en doeners samen die de ambitie delen de wereld te veranderen. Deelname is gratis voor diegenen die zijn geselecteerd om deel te nemen.
Om de ideeën live te kunnen presenteren voor een breder en zelfs wereldwijd virtueel publiek aanwezig te kunnen laten wordt een uniek en innovatief experiment uitgevoerd.
Van een selectie van sprekers zal een mindmap worden gemaakt die direct gepubliceerd wordt op het internet. Zo kan iedereen via het internet live meekijken met de spreker. Dit experiment zal worden uitgevoerd door een team van deskundigen uit verschillende organisaties. Er zal gebruik worden gemaakt van de online mindmap technologie van MindMeister. De live mindmappers zijn Alexis van Dam (Hypershifters.com), Jerre Lubberts (aHaCoaching.nl), en Ronald Vijfhuizen (WorldofMinds.com).
Het mindmap team
MindMeister is een innovatieve mindmap applicatie om online samen te brainstormen en om ideeën en informatie met elkaar te delen. Hypershifters is een internationale ‘web community’ dat het delen van kennis over tools voor het visualiseren van informatie faciliteert. aHa!Coaching is een mindmapping trainingscentrum en World of Minds ondersteund veranderingsprocessen in grote organisaties door gebruik te maken van visualisatietechnieken en interactie.
TEDx
In de geest van de ideeën die de moeite waard zijn te verspreiden, heeft TED het programma TEDx gercreëerd. TEDx is een programma van lokale, zelf-georganiseerde evenementen die mensen samenbrengen om een TED-achtige ervaring te delen. Dit evenement is TEDx Amsterdam genoemd, waar x = onafhankelijk georganiseerd TED evenement.
Donderdag 24 september organiseerde de VCV Marketing Communicatie Kring van Nyenrode alumni, een minisymposium over Citymarketing. Tijdens dit symposium werden twee thema’s besproken. Het eerste thema de branding van onze hoofdstad “I Amsterdam” door Charles van Renesse (directeur van Amsterdam Partners en verantwoordelijk voor de marketing van Amsterdam). De tweede spreker, Josh Feldmeth (Managing Director van Interbrand Amsterdam), plaatst het thema in internationaal perspectief.
“I Amsterdam”
Charles van Rensesse is een begeesterd spreker op het gebied van citymarketing. Met citymarketing heb je met 3 B’s te maken; BEWONERS, BEZOEKERS en BEDRIJVEN.
Imago
In 2003 is heeft Amsterdam na onderzoek besloten dat haar imago moest worden opgevijzeld. Internationaal dacht men bij Amsterdam aan sex, drugs en Rock ’n Roll. Bij Milaan dacht men aan mode en bij Parijs aan parfum. Amsterdam wilde zich een ander imago aanmeten.
Campagne
In 2003 is Amsterdam gestart met de ”I Amsterdam” campagne. Deze campagne heeft nagenoeg 100% bekendheid in het eigen land. Ook in Europa doet deze campagne het goed. De nieuw gekozen gewenste identiteit bestaat uit creativiteit, handelsgeest en vrijheid. Doelstelling was om Amsterdam weer in de top5 van (Europese) hoofdsteden te brengen. Hierdoor komen er weer meer grootschalige evenementen en toeristen, wat weer goed is voor de regio Amsterdam en haar economie.
Guerrilla als strategie
De gekozen strategie valt het beste te omschrijven als guerrillamarketing. Het ”I Amsterdam” beelmerk komt vaak in beeld op tv, in de krant, op billboards, op Youtube etc. Zelfs als Al Gore Amsterdam aandoet ter promotie van zijn film, wordt er een groot billboard met het ‘I Amsterdam logo’ achter hem gereden voor het persfotomoment. Het gaat vooral om zichtbaarheid. Het campagneteam gebruikt de volgende elementen: adverteren, free pubilicity, events, merchandising en internet. Het team dat bij deze campagne is betrokken, strekt zich uit tot ver buiten de grenzen van Amsterdam. Partners, bedrijfsleven, overheid en de regio hebben samen een convenant gesloten om de metropool Amsterdam internationaal op de kaart te zetten. Als de burgemeester van bijvoorbeeld Almere in Japan is, zal deze aangeven dat hij/zijvanuit Amsterdam komt. Deze eenduidige boodschap helpt in het buitenland omdat ze daar Almere niet kennen.
Resultaat
Op dit moment staat Amsterdam op de vierde plaats in de top5 van Europese steden achter o.a. Londen (1) en Parijs (2).
Van Estonia, Colombia naar I love NY
Josh Feldmeth Managing Director van Interbrand Amsterdam bouwde voort op de “I Amsterdam” campagne door internationale voorbeelden te laten zien. Hiermee deed hij uit de doeken hoe een bureau als Interbrand omgaat met vraagstukken over citymarketing. Ze hebben onder meer gewerkt aan de marketing van steden als Edinburgh, Johannesburg, Parijs en heeft het merk ‘City of Ancient Olympia’ ontwikkeld.
Waarom
De statistieken wijzen uit dat er meer mensen leven in steden dan elders. Steden doen er toe. Wat maakt het dat mensen kiezen voor een specifieke stad? Imago speelt een belangrijke rol bij de keuze om in een stad te gaan wonen, werken, studeren etc.
Wat
Wij zijn bereid om voor sterke merken (a-merken) meer te betalen dan voor b-merken. Steden met sterke merken hebben een aantrekkingskracht. Een huis kopen in stad met een sterk merk kost meer geld dan in een mindere stad. Steden met een sterk merk zijn authentiek. Steden worden een sterk merk doordat zij consistent dezelfde merkwaarden communiceren.
Steden
Steden hebben een historie en wellicht zijn er allerlei mythes over de stad. Steden groeien en er komt een verschil tussen oude en nieuwe delen binnen de stad. Daarnaast heeft een stad vaak symbolen zoals gebouwen. Een stad roept emotie op. Mensen vinden het ook fijn om zich zelf te associëren met een stad waar ze trots op zijn. Veel mensen kiezen bewust voor een stad en zijn bereid om er in te investeren (kopen een huis) wonen, werken en winkelen er; daardoor voeg je (economische) waarde toe aan de stad.
Controle
Er is een verschil tussen branding voor merken en steden. In onderstaande tabel staat een korte uiteenzetting.
Merken
Steden
Hebben een focus
Zijn Complex en democratie
Duidelijke belofte
Doen beloftes maar politiek speelt een rol
Consistent
Inconsistent vanwege waan van de dag
Doelgericht
Ambivalent
I love NY
Het beste voorbeeld van citymarketing is de campagne van New York: I love NY. Deze campagne loopt een lange tijd en daardoor is de campagne zeer herkenbaar voor bewoners van de stad en ver daar buiten. Er is veel merchandise beschikbaar die mensen en toeristen graag kopen. De campagneslogan is positief en appelleert daarmee aan een positieve stemming van een brede doelgroep. De campagne is authentiek en past bij de stad. Door de lange looptijd van de campagne is het een onderdeel geworden van de stad.
Het was een interessant minisymposium waarin veel energie vrijkwam. Citymarketing is namelijk en belangrijk middel voor steden en economische regio’s.
Op vrijdag 26 september was ik samen met Jerre (van aHa!coaching) aanwezig bij de presentatie van het van het nieuwe boek van Leen Zevenbergen: “ ’t Is groen. En groener wordt het niet.” Het boek is een vervolg op het eerder verschenen hét managementboek van 2007: ”En nu laat ik mijn baard staan”. In dit boek riep Leen op tot meer ondernemerschap, sprankeling en creativiteit. In dit nieuwe boek gaat Leen in op ‘het hoe’ uit het vorige boek. Hoe moet je gaan ondernemen en wat moet je juist gaan doen. Dit nieuwe boek staat vol met aansprekende voorbeelden die je direct in staat stellen om zaken aan te pakken.
Het is groen – ga!
Tijdens de boekpresentatie (Het is groen. En groener wordt het niet) die werd gehouden bij Barnyard in Bilthoven, waren bekenden, vrienden en andere belangstellenden van Leen aanwezig. Jerre en ik waren uitgenodigd omdat wij Leen tijdens het “It’s Green Let’s Walk evenement” hebben gesproken en gefaciliteerd met het ondersteunen van de discussie met behulp van visualisatie door elektronisch mindmappen bij de tafeldiscussies.
De inleiding van Leen bij zijn boekpresentatie was een bijzonder inspirerend verhaal. Het gaat over ondernemen, doen, ambities, dromen en authenticiteit. Juist in het huidige tijdsgewricht moet men gewoon aan de slag. Gaan ondernemen! Ga er dus vooral op uit, want daar zijn de (potentiële) klanten. Ontmoet mensen en ga netwerken. Leen: “Het is een kwestie hoe je er na kijkt!”. Want de manager zal in deze tijd er alles aan doen om de kosten om laag te brengen terwijl de ondernemer er alles aan zal doen om de omzet te laten stijgen. In deze ogenschijnlijk simpele tegenstelling zit een belangrijk verschil in visie besloten.
Mensen dromen wel maar doen vaak niets met deze dromen. Dat is erg jammer aldus Leen. Stel je voor dat je allerlei dromen hebt, maar deze uiteindelijk niet hebt kunnen uitvoeren… dat is toch wel erg jammer! Na deze woorden werd ik nog meer geïnspireerd. Vervolgens hebben wij nog gezellig nagepraat met aanwezigen over het nieuwe boek en ambities.
Ik heb al een aantal hoofdstukken gelezen uit dit nieuwe boek. Het is zeker een aanrader omdat het lijkt alsof Leen naast je staat en je precies uitlegt welke stappen je als ondernemer moet nemen. Een echte aanrader na het eerder verschenen boek!
Googleis bezig met de ontwikkeling van een nieuw communicatieplatform:Wave. Aldus Google is dit het resultaat als men in 2009 email had uitgevonden. Email bestaat al zo’n 40 jaar en is een oud middel met zijn voor- en nadelen. Sinds de aankondiging van Wave eerder dit jaar, was er eenanderhalf uur durende presentatieover deze nieuwe dienst. Om het potentieel van deze nieuwe dienst zichtbaar te maken en uit te leggen, heeft iemand een korte visualisatie gemaakt. Deze visualisatie doet denken aan de serie “In plain English“.
Wat vinden jullie van bovenstaande video? Denken jullie dat Google Wave de communicatie binnen organisaties (zoals wij die nu kennen) gaat veranderen… laat je reactie hieronder achter. Eerder geplaatst op Hypershifters.
Alexis heeft een achtergrond in management, creatieve communicatie en multimedia vormgeving. Mijn interesses gaan uit naar online communicatie, socialemedia en mindmapping.
Professioneel houd ik mij bezig met advies over online communicatiestrategie en -middelen, de inzet van sociale media en geef ik diverse workshop en presentaties over eerder genoemde onderwerpen.